gedenkplaats van

Greet van de Sande-Jonkers

22-07-193208-12-2018
      In memoriam
      Karin Bloemen - Geen Kind Meer
      Je leeft je eigen leven, wat zij er ook van vindt
      Je bent allang geen kind meer, al blijf je ook haar kind
      Je wilt er over praten, maar niet op haar manier
      Je zult haar best verdriet doen, maar niet voor je plezier
      Wat moet je nog met haar en met haar ouderlijk gezag
      En dan opeens dan is 'ie er die dag

      De dag waarop je moeder sterft dat jij wordt los gelaten
      En al haar eigenschappen erft die jij zo in haar haatte
      De scherpe tong, de bokkenpruik, de zure schooljuffrouw
      Die zullen ze dan binnenkort herkennen gaan in jou

      En hopelijk ook de andere kant, de aardige, de zachte
      Maar of je die hebt mee geërfd valt nog maar af te wachten
      De dag waarna de rest een kwestie wordt van tijd en pijn
      De dag waarna je nooit meer kind zult zijn

      Dit zijn de eerste drie coupletten van een lied dat Karin Bloemen schreef toen haar moeder overleed. Toen ik het onlangs weer hoorde was dat de kapstok waaraan ik mijn In Memoriam wilde ophangen. Een In Memoriam waarin ik, mede namens mijn broer, zussen, schoonzus, zwagers, kinderen, klein- en achterkleinkinderen, stil wil staan bij het leven van ons moeder. Toen we na haar overlijden met broer, zussen, zwagers en schoonzus bij elkaar zaten vroeg ik: “Wat komt het eerst in je op als je aan ons moeder denkt?”
      Een dame, zorgzaam, gastvrijheid en gezelligheid, ambitieus, breed georiënteerd en geïnteresseerd, doorzettingsvermogen, de regie voeren, heel sociaal, groot rechtvaardigheidsgevoel, vriendschap, humor, klassieke muziek, bridgen, natuur, haar tuin, vooruitstrevend, met de tijd meegaan, trots op haar kinderen en kleinkinderen. Er volgde nog een hele lijst en als ik alles zou noemen en daar ook nog wat over wil vertellen, hadden we nog wat extra tijd moeten reserveren. Maar een aantal dingen wil ik graag benoemen en er wat over vertellen.
      Ambitie:
      Hoewel we natuurlijk de meeste herinneringen hebben uit ons eigen leven met haar, heeft zij voor ze met ons vader trouwde en kinderen kreeg, ook een leven gehad. Ze werd geboren als oudste in een gezin van 6 kinderen. Een gewoon, normaal gezin. Ze werd geboren in de van Liempdstaart maar verhuisde later naar de Uiverlaan waar ze verder opgroeide tot ze trouwde. Ze was heel ijverig op school en zou graag willen studeren maar als oudste van een gezin en bovendien een meisje, dat zat er helaas niet in. Ze ging naar de MULO en daarna naar ging ze werken bij Raymakers op de boekhouding. Tot ze trouwde heeft ze daar gewerkt. In die tijd was het nog de gewoonte dat je als vrouw thuis bleef als je ging werken maar eigenlijk zou ze het liefste zijn blijven werken. Toen dat later meer ingeburgerd raakte heeft ze nog een aantal banen gehad. Ambitieus hè!
      Ze heeft er altijd moeite mee gehad dat ze niet heeft mogen studeren. Hoewel ambitie een goede eigenschap is kan het ook doorslaan. Ze nam zich voor dat háár kinderen wel zouden mogen studeren. Waarschijnlijk heeft ze zelf niet in de gaten gehad wat dat voor druk op ons legde. Ze legde de lat voor zichzelf hoog maar verwachtte dat ook van ons, wat niet makkelijk was, en wij konden niet altijd aan die verwachting voldoen. Uiteindelijk heeft ieder zijn eigen keuzes gemaakt. Daar was ze het niet altijd mee eens maar heeft het wel geaccepteerd en gesteund als het nodig was. Wij, haar kinderen en kleinkinderen, hebben allemaal bereikt wat we wilden bereiken, ieder op onze eigen manier met onze eigen ambities en daar was ze toch wel trots op. Het lukte haar niet altijd om dat zelf tegen ons te zeggen maar dan vertelde ze dat vol trots aan anderen.
      Zoals in het lied van Karin bloemen: een eigenschap die we (ieder op onze eigen manier) haatten, haar ambitie, is ook bij ons terug te vinden.

      Ook sporten of een muziekinstrument bespelen zat er voor haar, als meisje én als oudste van het gezin, niet in. De jongens mochten wel sporten. Dus: wij mochten allemaal op een sport én een muziekinstrument bespelen.

      Zorgzaamheid
      Haar zorgzaamheid uitte zich op verschillende manieren. Als oudste van het gezin was het al vroeg de normaalste zaak van de wereld om mee te helpen in het gezin. Ze heeft heel veel gebreid en genaaid bijvoorbeeld voor haar broers en zussen.
      Ik herinner me veel dingen die haar zorgzaamheid kenmerken: Als we, als kind, ziek waren mochten we op de stretcher in de voorkamer (op de Bakelsedijk toen nog) in de slaapzak en werden we verwend met appelsap en kaneelbeschuitjes.
      De zorg voor haar moeder en schoonmoeder, haar broer Hub en schoonzus Mini, toen ze ouder werden, ziek werden en hulp nodig hadden zoals mantelzorg geven en regelen en bezoeken aan artsen.
      De zorg voor ons vader toen hij zijn maagoperatie had gehad. Zij zorgde dat hij op uur en tijd lekkere hapjes kreeg zodat hij snel weer op gewicht was en op de been. En ook na zijn grote hartinfarct in ’97. Ze heeft hem tot de laatste dag verzorgd.
      Toen ik ruim 6 jaar geleden voor het eerst ziek werd en in het ziekenhuis lag, hebben Edwin en Gitte bijna dagelijks bij haar gegeten zodat ze tijd genoeg hadden om mij te bezoeken en ze niet ook nog de zorg voor het eten hadden. Haar bezoek aan mij toen ik in Veldhoven lag en een dag geen bezoek kreeg. Ze bestelde een taxi en kwam naar me toe. Toen ik thuis kwam en in de periode van mijn chemokuren zorgde ze voor bouillon en paling. Dat had ons vader ook geholpen dus deed ze dat voor mij ook. Ook de tweede keer kwam ze weer met schalen bouillon zelfs al gaf ik aan dat ze dat niet moest doen want het kostte haar toen al veel energie. Maar: “Dat is het enige wat ik kan doen” en zeg dan maar eens nee tegen ons moeder. Zelfs toen ze zelf al geopereerd was aan darmkanker en ik voor de derde keer ziek werd en geopereerd was, presteerde ze het nog om soep voor me te maken toen ik vanwege complicaties bijna niet kon eten. “Mam, denk eens aan jezelf” zei ik dan maar daar trok ze zich niets van aan. Soms was haar zorg “knellend” maar ik snap dat je als moeder alles wil doen als je kind zo ziek is ook al is die volwassen is.

      Een dame

      Ons moeder kennen wij niet anders dan dat ze altijd keurig gekapt en goed gekleed was. Zolang ik me kan herinneren ging ze elke week naar de kapper. De laatste twaalf jaar kwam de kapster wekelijks aan huis. Zelfs afgelopen zondag is de kapster geweest zodat ons moeder, “0ns moeder” was ook al was ze overleden. Ze wilde er tot vandaag goed verzorgd uitzien. Eenvoudig opgemaakt en liefst gelakte nagels. Fleur, haar oudste kleindochter, heeft vorige week haar nagels nog gelakt. Dat heeft ze heel fijn gevonden.
      Ze vertelde ook altijd heel trots als mensen haar complimenten maakten over hoe goed en jong ze er nog uitzag.
      Ze zorgde er ook voor dat ons vader altijd keurig in het pak ging en later in mooie pantalons en mooie overhemden met truien en chokers.
      Als kinderen zagen wij er altijd mooi en goed gekleed uit. Ze naaide veel voor ons en kocht mooie kleding. Een spijkerbroek was “not done”. Ik denk dat de meesten van ons hun eerste spijkerbroek kochten toen we volwassen waren en ze er niets meer over te zeggen had. Dat gold in ieder geval voor mij. Een paar jaar geleden heeft ze zelf eens een spijkerbroek gekocht maar dat was geen “gewone” spijkerbroek hoor. Het moest wel “kwaliteit” zijn.


      Gastvrijheid en gezelligheid

      Over gezelligheid kunnen we ook hele verhalen vertellen. Ze heeft er altijd voor gezorgd dat het in huis gezellig was. Bloemen en planten was een grote hobby van haar. Er waren altijd planten in en om het huis en je kon haar altijd blij maken met bloemen. De tuin was haar lust en haar leven. Daar vond ze rust en ontspanning. Zo lang mogelijk heeft ze geprobeerd om de tuin “bij te houden”. Een van de eerste dingen die ze deed toen ze vanuit het hospice weer thuiskwam was even in de tuin kijken. Ze genoot ook van de vogels in haar tuin. Er moest altijd voldoende voer en zaadbollen zijn.
      De keren dat ik in het ziekenhuis lag zorgde ze er altijd voor dat er een bloemetje was. Met Kerstmis en Pasen stonden er altijd mooie bloemstukken die ze vaak zelf maakte. Met Kerstmis stond er ook altijd een echte kerstboom met de kerststal. Dat deed ons vader altijd maar wij mochten helpen.
      Als kinderen kregen wij alle ruimte om te spelen in huis. Soms werd de kamer verbouwd tot kerk met de strijkplank als altaar en een zilveren asbak als hostieschaaltje. Of die keer dat een van ons zijn kamer als bibliotheek had ingericht, een als een winkel en beneden was het pannenkoekenrestaurant wat weer een ander beheerde. Ons moeder bakte de pannenkoeken. Met carnaval werd het huis versierd. Wij mochten daarin onze gang gaan. Ze organiseerde leuke kinderfeestjes bij ons thuis. De feestjes werden altijd afgesloten met de verkoop van puntzakken frites die zij bakte.
      Het was ook altijd de zoete inval bij ons. “Blijf je eten?” Was steevast de vraag als er bezoek was. Ook vriendjes en vriendinnetjes schoven vaak bij ons aan.
      De uitgebreide kerstdiners die ze klaarmaakte, de aspergerecepten die ze maakte en waarvoor we tot, ik denk twee jaar geleden, elk jaar werden uitgenodigd. Twee recepten blijven favoriet en worden doorgegeven aan onze kinderen: Asperges op toast en aspergepunten in roomsaus.
      Weet je wat ons moeder haar bijnaam was met carnaval? De Soeptrien! Jarenlang maakte ons moeder tijdens carnaval drie grote pannen soep: Boerensoep (favoriet), Erwtensoep en Witte Bonensoep. Wij kwamen niet om van de honger en ook hun vrienden waarmee ze carnaval vierden kwamen na afloop tot diep in de nacht nog soep eten.
      Afgelopen Pasen werd de hele familie bij haar kleinzoon Jos uitgenodigd om Pasen te vieren. Eigenlijk kon ze dat niet aan op dat moment maar ze is toch gegaan. Ze heeft enorm genoten van de gezelligheid en omringd door alle kinderen, schoonkinderen, klein- en achterkleinkinderen. Ook van alle foto’s die er gemaakt zijn die dag. Sindsdien zijn alleen díe foto’s nog zichtbaar geweest op haar digitale fotolijstje dat dag en nacht aan stond. Ze zei onlangs: “als ik die nacht was ingeslapen had ik geen mooiere dood kunnen hebben@ . Maar ze moest nog even door.

      Er moest altijd voldoende te eten en te snoepen zijn. Vorige week zei ze nog, zorg dat er voldoende in huis is om te presenteren als er mensen komen.
      Spelletjes doen vond ze ook heel leuk. Kaarten en scrabbelen waren favoriet. Gitte heeft regelmatig met haar gescrabbeld als ze op bezoek ging. Ons moeder won bijna altijd (meestal met grote cijfers). Ook de afgelopen weken is er vaak gescrabbeld. Ze kon niet lijdzaam afwachten tot “het” ging gebeuren, ze moest iets te doen hebben. De dagen vóór haar overlijden heeft ze nog verschillende potjes gespeeld met ons Christie. Er moesten zelfs foto’s van gemaakt worden. De dag vóór ze overleed vroeg onze ze Jan om nog een potje te scrabbelen. Het bord is nog neergezet maar het bleef leeg. De enige keer denk ik dat er niemand won of verloor.

      Ik denk dat gezelligheid en gastvrijheid ook wel dingen zijn die wij als kinderen geërfd hebben.


      Doorzettingsvermogen
      Daar heeft het bij ons moeder niet aan ontbroken. Bij elke tegenslag zette zij opnieuw haar schouders er onder. Ze had een hoge pijngrens waardoor ze daarover weinig klaagde maar wij weten dat ze in haar leven veel pijn heeft gehad: haar knie, haar heup, haar rug (nadat die gebroken was) en ook het laatste jaar en zelfs de laatste dagen. Moeder, heb je pijn? “Het is te hebben”. Maar eigenlijk was het niet te hebben.
      Toen ons vader in 1998 overleed heeft ze zich heel kranig herpakt. Ze moest alleen verder en wilde haar kinderen zo min mogelijk belasten. Natuurlijk waren er dingen waarbij ze onze hulp nodig had. Onze Jan voor de technische zaken, ons Christie en mij als het over medische zaken ging. Met ons Margriet telefoneerde ze veel omdat die ver weg woonde.
      Ze sloot zich aan bij “De vrienden van het museum” en heeft daarmee nog een paar mooie reizen gemaakt naar onder andere Barcelona en Venetië. Met het vliegtuig. Ook ging ze met het vliegtuig naar ons Margriet toen die in Zuid Frankrijk woonde en is ze ook nog een paar keer in Duitsland geweest.
      Maar als je het hebt over met je tijd meegaan: ons moeder leerde omgaan met de computer en heeft tot vrij recent nog al haar bank- en financiële zaken zelf geregeld (op het laatst met hulp van onze Jan). Ze heeft nog tot twee jaar geleden auto gereden om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven. Ook boodschappen heeft ze nog heel lang zelf gedaan tot het echt niet meer ging en haar buurvrouw dat voor haar heeft gedaan.
      Ze ging bridgen wat een grote hobby van haar werd. Zelfs een afspraak met de dokter of bezoek mocht niet op een tijdstip dat ze kon gaan bridgen. Voor de Bridgeclub rekende ze ook op de computer, nadat onze Jan daar een programmaatje voor had geïnstalleerd, de uitslagen van de gespeelde spellen uit.

      Sociaal en vriendschap
      Ons moeder heeft verschillende bestuursfuncties bekleedt bij onder andere het Katholiek Vrouwengilde, Groei en Bloei en bij de bridgeclub. Ze heeft, toen wij in de lagere schoolleeftijd waren, de kindervakantieweek in onze wijk mee opgezet en ze was collectant en later wijkhoofd van de kankerbestrijding in Helmond. Al met al een veelzijdig en heel sociaal mens. Dat heeft haar ook vele vriendschappen opgeleverd. Vriendschappen waarvan de meesten pas ophielden te bestaan als iemand overleed. Nu wordt haar vriendschap met anderen verbroken door haar overlijden. Ze had met velen een fijne vriendschap maar één vriendschap mag wel heel bijzonder worden genoemd: Haar vriendschap met “tante” Jo. Die vriendschap ontstond in de tijd dat ze trouwde met ons vader en ome Sieg, ons vader zijn beste vriend, zijn vriendin Jo voorstelde. Daar is een heel trouwe en bijzondere vriendschap uit ontstaan. Ze hadden altijd al veel contact maar, zeker sinds het overlijden van ome Sieg, hadden ze elkaar vrijwel dagelijks aan de telefoon en tante Jo is de laatste maanden vaak naar Helmond gereden om ons mam te bezoeken en te verwennen met lekkere dingen.
      Regie
      Er is nog een ding wat niet genoemd is maar ons mam wel heel erg typeert. Regie voeren en de touwtjes in handen houden. Dat was belangrijk voor haar want daarmee voelde ze zich onafhankelijk en ging het zoveel mogelijk naar haar wensen. Dat was voor ons niet altijd even makkelijk. Zeker op het laatst bleef het moeilijk voor haar om dingen uit handen te geven. Dan zei ze bijvoorbeeld: och regelen jullie alles maar, ik kan het niet meer. Om vervolgens in een adem te zeggen: ”Zorg er voor dat er voldoende koekjes en snoepjes in huis zijn als ik slaap of er straks niet meer ben!” Of tijdens de bediening. Pastor van der Vrande kwam binnen, ging zitten en begon een (informeel) praatje om kennis te maken en haar een beetje te leren kennen. Op een gegeven moment duurde het haar denk ik te lang en ze zei:” Zullen we dan maar beginnen?” Tot het laatst toe de touwtjes in handen. Dat was ons moeder.
      Er zijn nog veel zaken die ik niet heb belicht maar het is ondoenlijk om alles te benoemen. Ik hoop dat ik door deze dingen er uit te pikken een beetje een beeld heb kunnen schetsen van wie ons moeder was.
      Haar ambitie, haar regie voeren, haar soms felle reacties kwamen soms voor mij, maar wellicht ook voor anderen, wel eens verkeerd of kwetsend over. Maar als je bedenkt dat ze een heel sociaal persoon was met een groot rechtvaardigheidsgevoel en een moeder die als een kloek over haar kuikens waakt, dan weet je dat ze het hart op de goede plaats had en het niet met de intentie deed om te kwetsen maar om het goede te doen.
      Ze zei daar onlangs nog over dat ze door de jaren heen teksten en gebeden had verzameld die haar aanspraken. Daar zat ook een schuldbelijdenis bij waarin duidelijk naar voren kwam dat als ze ooit mensen heeft gekwetst, dat niet haar bedoeling was. Ze kon hem niet meer vinden anders had hij in deze dienst gezeten. Ik denk dat het belangrijk voor haar was dat u dat weet.
      Afscheid
      In haar lied zingt Karin Bloemen: de dag waarop je moeder sterft, ben je geen kind meer. Wij zijn vanaf vandaag geen kind meer, alleen zelf nog een vader of een moeder.
      Moeder, bedankt voor alles. Je hebt altijd van het leven genoten. Ook het laatste jaar. De laatste maanden werd het steeds moeilijker om nog iets moois aan een nieuwe dag te zien. Je wachtte op je laatste reis. Uiteindelijk ben je rustig weggeslapen zoals je het graag gewild had: in je eigen huis met in ieder geval enkelen van je kinderen naast je. Niet alleen. Het is goed zo. Ik hoop dat wij in alle mooie eigenschappen die u had, op u lijken en zelfs uit de dingen waar wij moeite mee hadden de goede dingen kunnen halen. Wij gaan je missen.

      Voeg uw reactie of herinnering toe met:

      Laat nabestaanden weten dat u aan hen denkt

      Plaats een reactie