gedenkplaats van

Koos van der Werff

08-08-192503-12-2017

      Voeg uw reactie of herinnering toe met:

      • Een jaar geleden..
        reactie 26   |   niet OK
        Lieve Va, het is een jaar geleden dat je weggleed uit het leven. We, Barbara en ik, waren er net niet bij. Het einde koos je alleen te zijn. Maar ik denk alle dagen aan je, mooie en fijne herinneringen, bij plekken die ik bezoek, muziek die ik hoor, bij veel bijzondere momenten die me op de een of andere manier aan je doen denken, je observaties, absurde humor, je zelfspot en scherpte. En mijn grote liefde voor muziek, waar ik alle dagen zoveel plezier aan beleef, heb ik aan je te danken. Daar ben ik je heel dankbaar voor. Dag allerliefste Va - dikke zoen, al was je daar niet zo van

        Johanna - Amersfoort
        3 december 2018

        Deel deze pagina:

      • Louwina Boomsma is een volle nicht van Koos van der Werff.
        reactie 25   |   niet OK

        Louwina is 93 jaar en kon niet bij het afscheid van Koos zijn. Dat vindt ze erg jammer.
        Op haar verzoek schrijf ik dit verhaaltje.

        Toen Louwina jong was, zat ze op zangles in Groningen. Vanuit Sondel kon ze met iemand meerijden.
        Koos zat dan op de stoep van het gebouw op haar te wachten tot de zangles voorbij was.
        Ze hadden een hele goede band samen. En wat ze beiden heel goed konden, was orgelspelen. En wat is er nu mooier dan op een kerkorgel te spelen.
        Dus gingen ze samen op pad in de stad.
        Ze zochten kerken op. En als er iemand aanwezig was, vroegen ze of ze op het kerkorgel mochten spelen. Vrijwel altijd klonk er een ja. Dat was natuurlijk geweldig. Zo liepen ze van kerk naar kerk en hadden het heel fijn samen.
        Na afloop gingen ze naar moeder Van der Werff om wat thee en een koekje.
        Dan werd Louwina weer opgehaald.
        Dit gebeurde zeer regelmatig. En ze hadden veel plezier samen.
        Belevenissen van een neef en nicht, die bijna even oud waren.
        Dit willen we met u delen.

        Heleen de Jong, tantezegger van Louwina


        Helena - Jistrum
        24 september 2018

        Deel deze pagina:

      • Column Gerrit Breeuwsma 12 december 2017 pagina 1
        reactie 24   |   niet OK
        Oud (12 december 2017)
        Ik weet niet hoe het komt, maar tegenwoordig zijn steeds meer mensen jonger dan ik: mijn kapper, de tandarts, het leuke meisje bij de bakker (veel jonger!).

        Door Gerrit Breeuwsma

        Maar ook collega’s en zelfs mijn leidinggevende (ik schrik altijd een beetje van dat woord, zoals je zonder licht op je fiets altijd schrikt van een politiewagen. Nou ben ik erbij, denk je, maar meestal valt het mee en rijden ze gewoon door, waarna je opgelucht adem haalt. Ze hebben je kennelijk niet gezien, wat natuurlijk het voordeel is van fietsen zonder licht). Het kan dus bijna niet anders of ik ben oud geworden.
        Nu heb ik op zich niets tegen ouder worden (moet ook gebeuren), maar soms mis ik het toch wel een beetje: jong zijn. U weet wel, die periode dat het aantal verwachtingen je teleurstellingen nog ruimschoots overtreft.
        Ik had ooit hoge verwachtingen van mezelf. Lang geleden werd ik op een symposium eens aangekondigd als ‘aanstormend talent’; daar viel niets op af te dingen, meende ik. Welke kant ik precies op stormde, weet ik niet meer, maar ik ben bang dat ik er nooit ben gearriveerd. Ik heb er in ieder geval nooit meer iets over vernomen.
        Misschien dat ik het ook merk aan de frequentie waarmee ik mezelf op begrafenissen en crematies terugvind. Waarschijnlijk zit ik nu in een levensfase waarin steeds meer mensen je ontvallen. Zo was ik onlangs bij de uitvaartplechtigheid van wat goed beschouwd mijn eerste ‘leidinggevende’ is geweest, de emeritus hoogleraar Ontwikkelingspsychologie J.J. van der Werff.
        J.J. stond voor Jacobus Johannes, maar voor intimi was hij Koos. Als zijn student-assistent rekende ik mij daar niet toe. Daarvoor was zijn gezag te vanzelfsprekend, al beschikte hij over de meest autoriteitsloze variant daarvan en kan ik me niet herinneren dat hij ooit iets van me geëist heeft.
        Ik was als redactie-assistent betrokken bij zijn driedelige inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Daarnaast organiseerde ik de werkcolleges van Van der Werffs introductie in de ontwikkelingspsychologie. Een enkele keer mocht ik

        Barbara - Groningen
        10 maart 2018

        Deel deze pagina:

      • Column Gerrit Breeuwsma 12 december 2017 pagina 2
        reactie 23   |   niet OK
        hem vervangen bij een college in een volle Offerhauszaal. Een paar jaar later zouden het mijn eigen colleges worden.
        Van der Werff zelf was ooit assistent geweest bij de fameuze hoogleraar Benjamin Kouwer, die met Het spel van de persoonlijkheid één van de bijzonderste Nederlandse psychologieboeken heeft geschreven. Kouwer maakt daarin kort gezegd duidelijk dat het meest zekere wat je over jezelf kunt zeggen misschien wel is dat je niets met zekerheid over jezelf kunt zeggen.
        Van der Werff is voortgegaan op de onmogelijke zoektocht naar het zelf en de fundamentele twijfel die daarbij hoort. Helaas deed hij dat in een tijdsgewricht waarin het vermaledijde publish or perish de kop op stak en er steeds minder ruimte was voor twijfel, die hij overigens wist te combineren met een ragfijn gevoel voor humor.
        Van der Werff werd het type professor dat in de vaart der volkeren een beetje archaïsch werd. Hij wist dat overigens zelf ook wel. Toen hij in 2003 nog een Kleine wie-ben-ik psychologie publiceerde, deed hij dat aan de hand van uitspraken van Maarten Toonders Olivier B. Bommel. Een heer van stand.
        Na zijn emeritaat (ik mocht inmiddels Koos zeggen) zag ik Van der Werff vooral in het voorbijgaan, als hij op zijn vouwfietsje door de stad jakkerde. Ik groette hem dan, maar wist nooit helemaal zeker of hij me had gezien.
        Na zijn emeritaat (ik mocht inmiddels Koos zeggen) zag ik Van der Werff vooral in het voorbijgaan, als hij op zijn vouwfietsje door de stad jakkerde. Ik groette hem dan, maar wist nooit helemaal zeker of hij me had gezien.
        Tijdens de ontroerende uitvaartplechtigheid werden ook de fietsreisje gememoreerd die Van der Werff zoal door het land maakte. Bij een van die gelegenheden deed hij mijn geboortestad aan. Op een bepaald moment moet hij de weg kwijt zijn geweest en laat nu net mijn moeder hem aanschieten om hem die te wijzen.
        In het korte gesprekje dat ze hadden, viel het woord Groningen, waarop mijn moeder erin slaagde mijn naam te berde te brengen. ‘O, maar die is mij opgevolgd’, moet van der Werff enthousiast hebben uitgeroepen. Tenminste, volgens mijn moeder, die er als enige van overtuigd is dat mijn hoge verwachtingen zijn gerealiseerd.
        In maart sprak ik Van der Werff nog even, uitgerekend bij de onthulling van Kouwers professorenportret in het Academiegebouw. Hij leek me aanvankelijk niet te herkennen, zodat ik begon uit te leggen wie ik was, waarop hij me aankeek en zei: ‘Goh, maar jij bent oud geworden’.
        Ik kon dat alleen maar beamen.

        Barbara - Groningen
        10 maart 2018

        Deel deze pagina:

      • Johanna en ik vonden deze (pas)foto bij het opruimen van het huis
        reactie 22   |   niet OK

        Barbara - Groningen
        14 februari 2018

        Deel deze pagina:

      • Artikel in de Volkskrant van 22 januari 2018
        reactie 21   |   niet OK

        Barbara -
        13 februari 2018

        Deel deze pagina:

      • Tekst uitgesproken door Prof. dr. W.K.B. Hofstee bij de afscheidsbijeenkomst op 9 december 2017 in het Crematorium te Groningen, p.1
        reactie 20   |   niet OK
        Jacobus Johannes
        Wim Hofstee, 9-12-2017

        Het was zoveel makkelijker te praten over Koos waar hij bij was, zoals bij zijn negentigste verjaardag, met een plagerig kollumpje, waarbij je wist wat voor gezicht hij daarbij zou trekken. Of in de auto op weg naar ons mastodontenclubje, als we het over muzikale smaak hadden: ik als primitieveling die genoeg heeft aan een beperkt aantal klassieke deunen, hield hem voor dat hij een vreselijke romanticus was, dat ik Liszt bijna net zo erg vond als Wagner, en dergelijke, waarop hij dan terecht met datzelfde superieure glimlachje reageerde. Op mijn 80ste kreeg ik van hem Het Concert van Lex van Delden cadeau, dat naast Bach en Mozart veel werk maakt van Beethoven. Tot mijn genoegen kon ik Koos berichten dat Ludwig volgens Van Delden een beperkt melodisch repertoire had. Dat soort discussies zal ik erg missen. Maar op deze dag past het om Koos te eren als senior collega, of beter gezegd als een soort ouder broertje.
        Toen ik met psychologie begon, was Koos al “assistent op verlaagde wedde” (dat was de periode waarin hij een keer zijn broek tussen de fietsketting kreeg, wat een financieel rampje was). Maar het waren Hilga van der Veen en Justus Verster die het eerstejaars practicum deden. De statistiek, later Koos’ onderwijstaak, hadden we nog van een vakwiskundige.
        In loop van de jaren 60 hadden we wel met elkaar te maken, omdat we beiden promovendi van Kouwer waren. Bij de Kouwer-herdenking, twee jaar geleden, heeft Koos in zijn onnavolgbare stijl, met alleen een paar notitieblokvelletjes met steekwoorden in dan hand, een prachtige toespraak gehouden. Op mijn verzoek heeft hij die toen uitgeschreven, in parlando-stijl met stippeltjes op de plaats waar een halve noot rust hoort. De passage over zijn proefschrift begint ermee dat hij “… op een zondagmiddag opgebeld werd door mijn promotor. .... We zouden juist met de dochtertjes naar het plantsoen gaan, eendjes voeren.[Kouwer:]´Kunt u direct even naar het instituut komen, ik zit op mijn kamer´. [Koos:] Een dag eerder had ik de concept-eindversie van mijn proefschrift in zijn postbakje gelegd; ik was er nogal blij mee, en ook wel een beetje trots.....Het stuk lag nu op zijn brede tafel.....hij wees ernaar.... 'Ik wil u even zeggen... dat het zó niet moet...stilte....neemt u dát maar weer mee....’ einde van de begeleiding. […]Een jaar later had ik het stuk geheel omgegooid, buiten het gezichtsveld van de promotor. En toen was 't kennelijk goed”.

        Barbara -
        25 januari 2018

        Deel deze pagina:

      • Bladzijde 2 tekst W.K.B. Hofstee
        reactie 19   |   niet OK
        Ik denk niet dat ik dit verhaal in detail kende toen ik twee jaar later met mijn concepttekst net zoiets meemaakte: Kouwer zei toen iets als “moet daar niet nog een factoranalyse bij”. Maar in elk geval was ik als jonger broertje een gewaarschuwd mens. Dus ik zei dat ik een groot voorstander was van factoranalyse, maar niet inzag dat het met mijn onderzoek te maken had, en Kouwer slikte dat.
        Later, in de roerige beginjaren 70, toen we een rouleersysteem hadden voor het voorzitterschap van de subfaculteit, was het geloof ik de enige keer dat Koos echt als mentor optrad. Hij zei toen iets tegen me als “jij moet niet besturen, maar schrijven”. Dat ging uiteraard op zijn karakteristieke manier van “ik wil me nergens mee bemoeien”, maar ik was aangenaam verrast, want ik heb van begin af grote bewondering had voor de manier waarop hij zelf het juiste woord en de juiste toon wist te vinden. Hoogstens had ik moeten antwoorden “speak for yourself”, want omstreeks die tijd liet hij zich verleiden om als een soort interim-manager te gaan fungeren in de toenmalige slangenkuil van de Utrechtse ontwikkelingspsychologie. Wij keken op afstand geamuseerd toe hoe hij, misschien wel onze minst autoritaire collega, daar werd gemangeld door de aktievoerende staf. Niet voor niets is hij een geestelijk kleinkind van Jean-Paul Sartre, die schreef “ik heb nooit een bevel kunnen geven zonder te lachen of mensen aan het lachen te maken”. Maar ook in die kwaliteit van antiheld fungeerde hij als rolmodel.
        Omstreeks die tijd begonnen ook onze familiecontacten. Marian en ik halen bij gelegenheid de herinnering op aan een wandeling rond het meer achter ons huis, waarbij Barbara en Johanna dijkjes doorprikten rond de plassen die zich op het pad hadden gevormd. En natuurlijk aan de verjaarsfeesten waarbij huize Van der Werff, met Geesje als gastvrouw, fungeerde als Gronings cultureel salon. Alleen, ik geloof niet dat we er ooit in zijn geslaagd Koos zover te krijgen dat hij zelf achter de piano plaatsnam; prominent in mijn beeld van hem staat dat ik hem überhaupt nooit heb horen spelen. Maar ook dat was dus karakteristiek.
        Van de generatie psychologiehoogleraren volgend op die van Jan Snijders en de zijnen was Koos de oudste. In die hoedanigheid formeerde hij een emeriti-clubje met Pieter van Strien, Lex Kalverboer, Gerrit Lang, Betto Deelman, Justus Verster, en mij. Ik sluit af met een discussiebijdrage die Koos ons vorig jaar stuurde over de muze als bron van inspiratie, naar aanleiding van Piets boek Het creatieve genie.

        Barbara -
        25 januari 2018

        Deel deze pagina:

      • Bladzijde 3 tekst W.K.B. Hofstee
        reactie 18   |   niet OK
        “In de jaren waarin ik als quasi-student in het westen des lands rondging waren mijn dagen gevuld met werk in spoelkeukens en op terrassen van strandhotels, voorts met egocentrisch gemijmer over mijn bestemming – Brugmans of muziek – en kleine liefdes. Tot het moment waarop ik Geesje ontmoette. Haar blikken brachten mij er toe, kleine muziekstukjes te schrijven, ‘petites pièces’, op de noten g-e-es. Ik heb ze opgeborgen en nooit aan haar vertoond.
        “Ik ken ook de andere ervaring: de man als inspirator van een vrouw. Ik kom daar langs een omweg. Vele jaren na die ‘pièces’ trad ik toe tot de ‘krans van hoogleraren en lectoren’ […] naast een partner-vereniging, de ‘krans van professorendames’. Eens per jaar genoot deze grote schare als ‘gemengde krans’ van feestelijke schalen aardbeien. In een zeker jaar hadden de ‘reges’ (het driekoppig bestuur van de krans) een prijsvraag uitgeschreven voor het beste gedicht, een limerick, over de aardbei […]. Ik schreef er een en won. [De limerick luidde:
        een klokspeler zat, van deez’ aard vrij
        hoog boven wat nastrevenswaard zij,
        bespeelde zijn beiaard
        van wensen gevrijwaard
        en behield er zijn zonnige aard bij]
        “Vele jaren later bezocht ik een concert van een landelijk vrij bekende pianiste en was na afloop geheel verloren, door haar programma (vooral Liszt) en haar manier van spelen. Het oude heimwee en het zelfverwijt over mijn keuze voor ‘Brugmans destijds sloegen weer eens toe. Na geruime tijd schreef ik haar om enkele lessen te vragen. Het werd een reeks van gewijde bijeenkomsten in haar Haagse huis. We speelden ‘de late Liszt’ en in pauzes spraken we over hem en reciteerde ik Achterberg en ook in een onbewaakt moment mijn aardbeiendichtsel. Weken later, toen ik weer eens op les kwam, ging ze achter de vleugel zitten, zei dat ze op reis een muziekstukje had geschreven, en zong zichzelf begeleidend mijn tekst op een passend, onvergetelijk wijsje”.
        Einde citaat. Het heeft alles in zich: Koos de stilist, de poëet, de zelf relativerende filosoof; zijn betovering door de muze. Een psycholoog met veel gevoel voor mensen.


        Barbara -
        25 januari 2018

        Deel deze pagina:

      • Bladzijde 4 tekst W.K.B. Hofstee
        reactie 17   |   niet OK
        Koos over Kouwer, 17-12-2015, met stippeltjes als pauzeteken

        Kunnen jullie allemaal goed horen wie ik ben?.....Ik ben Jacobus van der Werff, ik wil graag een paar dingen over mijn leermeester professor Kouwer zeggen.
        Ik doe dat in twee paragraafjes
        - zijn invloed op mijn werk en mijn persoon
        - mijn ervaringen met hem als promotor, of wat breder, als begeleider..'leidsman'

        Kouwers invloed op mij is doorslaggevend en radicaal geweest. Ik ben in 1946 psychologie gaan studeren, met als ideaal een mensenhelper te worden, een soort klinisch psycholoog. Hoogleraar was toen professor Brugmans, H J F W Brugmans, een strakke, rechtlijnige theoreticus. Ik heb van hem wel leren denken, maar besefte vrij spoedig dat ik wat mijn ideaal aangaat aan het verkeerde adres was. Na lang beraad besloot ik over te stappen naar mijn tweede grote ideaal, de muziek. Ik vertrok naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Er volgden vele jaren van twijfel en pogingen beide studies tegelijk te doen.
        Toen Brugmans op aftreden stond en Snijders de psychologie-opleiding een heel ander gezicht had gegeven door nieuwe benoemingen en daaraan gekoppelde studierichtingen, zag ik kansen voor mijn eerste ideaal, toog weer naar Groningen, en werd daar na mijn kandidaatsexamen bij Brugmans (zijn laatste!) een gelukkige, onbekommerde student met klinische idealen.
        Bij het aantreden van Kouwer kwam er opnieuw een radicale wending. Ik werd ongevraagd, doen toedoen van Snijders denk ik, assistent bij hem voor het geven van werkcolleges Statistiek ('assistent op verlaagde wedde').
        Ik wist helemaal niets van het vak en ging dus als een haas in Guilford cs. studeren en begon al gauw Kouwer een beetje te vereren. In wonderbaarlijk korte tijd was mijn 'help-ideaal' sterk verbleekt; ik werd een totáál andere persoon. Kouwers invloed reikte zo ver dat ik hem begon te imiteren. Hij snelde altijd met twee treden tegelijk de trap op.....ik dus ook; zijn handschrift, piepkleine lettertjes, werd nagebootst, en mijn hanenpoten verdwenen.

        Barbara -
        25 januari 2018

        Deel deze pagina:

      Laat nabestaanden weten dat u aan hen denkt

      Plaats een reactie